Wat je nog niet wist over waterlelies

Waterlelies mogen niet ontbreken in je vijver. Vanaf de lente, laat ons zeggen mei, komen de bloemknoppen één voor één uit de diepte naar boven. Deze 'drijvende eilanden' vormen welkome leefplaatsen voor onnoemelijk veel diertjes.

Waterlelies zijn de belangrijkste bron van kleur in de waterpartij. Veel waterleliebloemen geuren bovendien verrukkelijk. Gans de zomerperiode geven zij bloemen en gaan daarmee door tot diep in de herfst. De derde of vierde dag na het opengaan blijft de bloem gesloten, zinkt traagjes en zal niet meer opengaan.

Het nut van waterlelies

Waterlelies zijn niet alleen mooi maar dragen ook een belangrijke steen bij aan het biologisch functioneren van de waterpartij. Het drijvende gebladerte vermindert de instraling van zonlicht in het water en helpt zo de algengroei in bedwang te houden. Waterlelies verbruiken voedingsstoffen die anders de ongewenste algen zouden voeden en helpen zo op een bescheiden manier het water proper en helder te houden.

De planten bezorgen je vissen een plaats om onder te schuilen bij gevaar. De schaduw van de waterleliebladeren zorgt bovendien dat het water niet te warm wordt tijdens hete dagen. Waterlelies produceren zuurstof en geven dit af aan de atmosfeer langs de bovenkant van de bladeren. Dit in tegenstelling tot de meeste landplanten die via de onderzijde van hun bladeren ademen omdat hun bovenkant te stoffig wordt.

Zo zonnig mogelijk

Geef de waterlies een zo zonnig mogelijke standplaats. Voor waterplanten in het algemeen wordt in veel boeken vijf uur directe lichtinstraling (dus uit de schaduw) aanbevolen. Voor waterlelies raden wij echter 6 tot 8 uur per dag aan. Er zijn weliswaar enkele variëteiten die al tevreden zijn met drie uur zon per dag maar ook deze zijn gebaat met meer licht, zeker in onze noordelijk gelegen streken.
In periodes van bewolkt, koeler weer zal de bloei afnemen. Wanneer dan een zonnige periode volgt, zal men bloemen in overvloed te zien krijgen.

Voor een goed biologisch evenwicht is het belangrijk dat een gedeelte van het wateroppervlak van de vijver bedekt is met drijvende planten of bladeren. Hoe kleiner de vijver, hoe meer oppervlak er procentueel moet bedekt zijn. Een vijver van 15 meter op 6 meter is best voor 50 % bedekt met drijf(blad)planten. Voor een kleinere vijver van bijvoorbeeld 3 meter op 3 meter is een bedekking tussen 60 % en 70 % ideaal. Aarzel dus niet een waterlelie extra toe te voegen, het vijvermilieu zal je dankbaar zijn.

Warm of koud?

Winterharde waterlelies

Wellicht ben je vooral geïnteresseerd zijn in de winterharde soorten en variëteiten waterlelies. In onze streken zijn er slechts een honderdtal verkrijgbaar, sommigen gemakkelijk en andere met veel moeite en zoekwerk.

Tropische soorten

Tropische cultivars zijn talrijker, maar in onze streken moeilijk te krijgen, wat gezien ons klimaat logisch is. Toch is het zeker eens de moeite een bezoek te brengen aan botanisch tuinen met verwarmde serres om zich een beeld te vormen van de kleurenpracht. De bloemen zien er heel anders uit en de tinten zijn ongewoon. De kleur blauw is enkel en alleen beschikbaar bij de exotische waterlelies.

Waterlelies verjongen

Wanneer je ziet dat de bloemen van de gewone winterharde waterlelies in je vijver een vijf tot tien centimeter boven de waterspiegel geheven worden en wanneer dat ook het geval is met de bladeren dan is het hoog tijd om je planten te verdelen en te verjongen.

Doe dat gerust in de zomer, het kan tot half augustus. Gooi het achterste, oude stuk van de wortelstok weg. Behoud de krachtige topscheut met een stuk wortelstok van zo'n 10 tot 15 cm en plaats deze iets naar boven wijzend in een waterleliemand, gevuld met klei of leem. Zet de wortel met zijn snijwonde in een hoek van de mand en laat de spruit diagonaal naar het midden van de korf wijzen. Dan heeft hij de langste afstand af te leggen voor hij weer vastraakt aan de overzijde.

Verjongen zal meestal noodzakelijk zijn om de drie jaar. Maar doe dit liever een jaartje eerder wanneer het nodig is, anders worden de planten zwaar en moeilijk handelbaar. Aangezien waterlelies krachtige voedingsbehoeftige groeiers zijn is het toevoegen van een voedingspastille voor vijverplanten aanbevolen. Bovenop de leem of klei komt een laagje Clinopti Plus filtermineraal om opwoelen van de grond door de vissen te vermijden.

2103 Waterlelievijver Kopie

Keuze in kleuren

Er bestaan witte, roze, rode, gele en zelfs oranje cultivars. Tot nu toe zijn er nog geen blauwe winterharde lelies. Wellicht komt daar verandering in binnen tien à twintig jaar. Alle waterleliebloemen, met uitzondering van de witte, veranderen elke bloeidag wat van kleur. Sommige worden donkerder, andere lichter. Bij sommige, geklasseerd onder de 'changeables' is de kleurverandering echt spectaculair. Zij variëren vaak van geel over oranje naar rood. Ook de bladeren zien er anders uit wanneer ze jong zijn dan wanneer ze ouder zijn. Veel ontluikende bladeren zijn mooi gespikkeld of gevlekt en worden later groener.

Variëteiten

Een keuze maken uit het rijke aanbod aan cultivars is niet eenvoudig. Een grote waterplas vormt het ideale kader om grote waterlelies te herbergen. Middelmatig grote waterlelies voldoen het beste voor de doorsnee tuinvijver, terwijl dwergvariëteiten geschikt zij voor mini-waterwereldjes als kuipen en tobben. Wat ook van belang is, dat is de bloeiwilligheid in onze toch eerder koude Lage Landen. Winterhard betekent immers dat ze de winter doorraken maar wil daarom nog niet zeggen dat ze in onze streken willen bloeien.

Veel cultivars zijn eerder geschikt voor zonnigere oorden als Spanje en het zuiden van Frankrijk en vertikken te bloeien tijdens onze vaak druilerige zomers. Een zekere kennis is dus vereist vooraleer je naar het vijvercentrum trekt en een keuze maakt. Smaak is persoonlijk en daarom raden wij aan om tijdens de zomer te gaan kijken naar bloeiende waterlelies. Het midden van de zomer (juni-juli) is trouwens de ideale periode om waterlelies te delen en te planten. Niets mag je dan ook tegenhouden om uw waterpartij te verrijken met een variëteit die je aanspreekt.

Er zit een soort gel onderaan de bladeren van je waterlelies. Zijn ze ziek?

Neen, het zijn eieren van waterslakken, die in groepen zijn afgezet en omhuld met een gel.

Je hoeft je hierover geen zorgen te maken.

Naar het schijnt kunnen waterlelies niet tegen bewegend water?

Toch wel, waterlelies groeien in de natuur ook in vaarten en ander traag stromend water.

Waar ze een hekel aan hebben is de aanwezigheid van waterdruppels boven op hun bladschijven.

Je kan zorgen voor een hoek met rustiger water, ver van beek en waterval, zodat de waterlelies geen hinder ondervinden van het geplets. Anderzijds, kan je ook zorgen voor een soort natuurlijke barrière van planten of net onder het wateroppervlak liggende stenen tussen de waterleliezone en het golvende water van de waterval.

De bladeren van je waterlelies zijn aangevreten langs de randen. Er zijn kleine en grote happen uit verdwenen...

Echt duidelijk is de oorzaak niet. De boosdoeners zijn dan ook goed gecamoufleerd. Het zijn rupsen die de schade veroorzaken. Ze leven in een zelf aan elkaar geplakt omhulsel van afgebeten stukken blad en kroos. Je moeten er echt naar zoeken en misschien wel je bril opzetten.

Het gaat hier om het kroosvlindertje, Cataclysta lemnata, een grijswit motvlindertje met een spanwijdte van 15-25 mm. De witte vlindertjes vliegen rond van mei tot begin oktober en komen voor langs vijvers, poelen, rivieren en plassen. Ze verwijderen zich niet ver van het water waaruit ze geboren zijn en zijn dus eerder sedentair. Hun levensmilieu is stilstaand water, zeker als er eendenkroos aanwezig is.

De achtervleugels van het motvlindertje zijn wit met donkere vlekjes en banden. De motten vliegen zowel overdag als ’s nachts. Ze leven van plantensappen. De eitjes worden afgezet onderaan drijvende bladeren. Het achterlijf wordt over de bladrand heen gekromd door het vrouwtje. De rupsen zijn semi-aquatisch en bouwen drijvende huisjes.

Rupsen in bootjes

De rups bouwt een huisje van samengesponnen kroos en plantendelen. Soms komt ze een heel eind uit het kokertje maar het achterlijf blijft er altijd in. Een luchtbel zorgt voor de nodige zuurstof. De rups leeft bij voorkeur van eendenkroos maar zal ook andere planten eten en beschadigen: waterlelie, drijvend fonteinkruid, lisdodde, egelskop, watergentiaan. De rups is smal en wordt vier cm lang. De rupsen zijn moeilijk te zien want ze leven in hun zelfgemaakt omhulseltje.

Om eten te zoeken en te eten steken ze het voorste deel van hun lichaam uit het huisje. Wanneer de rups volwassen is maakt ze een gaatje aan de waterlijn. Ze gaat daar in popstadium. De rups heeft scherpe kaken en kan door sommige waterdichtingen bijten. Gevolg is dat de vijver gaat lekken en dat het waterniveau zakt. De volgende generatie rupsen boort wat lager gaatjes.

Invasie tegengaan

Als er maar een paar aanwezig zijn is de schade nauwelijks op te merken. Anders wordt het wanneer de rupsen massaal optreden. Vijvers zonder vissen of met enkel en alleen maar grote vissen zoals koi lijden er het meest onder. Kleine insecten etende visjes zoals stekelbaars en voorntjes zijn onze beste bondgenoten want ze vallen de rupsen zonder dralen aan als ze uit hun huisje komen piepen.

Biologische bestrijding kan gebeuren met Bacillus thuringensis. Dit is een bacteriepreparaat dat dodelijk is voor rupsen (en alleen maar rupsen) (handelsnamen Xentaris, Novodor, Scutello, Agbac).

Echt efficiënt is verstuiven van deze preparaten niet altijd omdat de rupsen gedeeltelijk onder water leven. Manueel verwijderen is een mogelijkheid. De eieren kunnen van de onderzijde van de waterleliebladeren gewreven worden. Verzamel ook de larven manueel. De rupsjes zelf zijn meestal niet goed te zien. Je verwijdert daarom alle aan het oppervlak drijvende stukjes afval en plantendelen, evenals de aangetaste bladeren van de waterlelies. Wellicht hangen er een paar ‘rupsjes in huisje’ aan.

Het is een goed idee de vijver uit ter rusten met een of meerdere skimmers.

Beschadigde waterleliebladeren: kronkelende vraatsporen ontsieren het bladoppervlak van je waterlelies.

Het lijkt wel alsof erop geschreven werd. Sommige bladeren zijn erg aangetast en gaan rotten. Welke diertjes veroorzaken dat?

Het gaat om de larven van waterleliekevertjes. Het lijkt wel alsof ze 'schrijven' op de bladeren. Typisch voor de vraatsporen van deze gitzwarte larfjes is dat ze de onderste bladhuid intact laten. De larven worden immers niet graag nat.

Larven waterleliekever

Waterlelies zijn sterke planten die tegen een stootje kunnen en over het algemeen weinig last hebben van plagen.

Er is echter één grote uitzondering, de vraatzucht van de larven van de waterleliekevertjes. Typisch voor de vraatsporen van deze gitzwarte larfjes is dat ze de onderste bladhuid intact laten. De larven worden immers niet graag nat.

Zowel de volwassen kevertjes (de imago's) als de larven knagen aan de bovenzijde van de bladeren. De kevertjes vreten ronde vlekken uit het blad. Ze eten niet veel en brengen al bij al weinig schade toe. De larven daarentegen graven lange of korte slingerende kanalen. Ze doen dit zonder de onderste bladhuid door te knagen.

Doordat de bladeren beschadigd zijn beginnen ze na enkele dagen vaak bruin te worden, zeker wanneer het water warm is.

De bladeren zien er niet uit en gaan verrotten. Wanneer de larven jonge bloemknoppen aanknagen worden deze soms dermate beschadigd dat de open bloem volledig vervormd is.

Wat te doen bij waterleliekevers?

Mechanische verwijdering is de beste remedie. Het is echter niet zo makkelijk larven en kevers van de bladeren te spuiten met een tuinslang. Met bladluizen lukt dit beter. Deze worden dan door de hongerige vissen verorberd. De waterleliekevers daarentegen klauteren zo snel mogelijk weer op een lelieblad, tenminste wanneer snelle vissen hen niet voor zijn.

Met de hand verwijderen of platdrukken van de larven, poppen en kevers is de beste methode voor kleine, toegankelijke vijvers. Niet iedereen zal echter de moed hebben om dit op regelmatige tijdstippen te doen. Er loopt een feloranje 'sap' uit de platgedrukte insectjes. Het is een tijdrovend werkje en toegankelijkheid is een ander probleem. In grote vijvers raakt men niet zomaar bij de waterlelies, laat staan dat men ze blad voor blad zou kunnen verzorgen. De bladeren gedurende één dag onder water houden is een goede en makkelijkere methode. De diertjes kunnen immers niet onder water ademen en worden weggeplukt door de vissen. Je kan de waterleliebladeren tijdelijk onder water houden door er bijvoorbeeld een kippengaas over te leggen.

Er bestaat ook een manier van biologische bestrijding. Dit gebeurt met een preparaat met de bacterie Bacillus thuringiensis (handelsnamen Xentari, Novodor, Scutello, Agbac). Het preparaat wordt in water opgelost en over de bladeren verneveld.

De volwassen kevertjes overleven de winter in holle stengels en afgevallen loof langs de oever. Wanneer men last heeft van een invasie van waterleliekevertjes verdient het aanbeveling in de herfst  de stengels van de oeverplanten af te knippen en ook de bladeren te verzamelen. Wanneer je deze plantenresten vervolgens verbrandt zal men zo een aantal kevertjes doden en de opmars ervan stuiten.

Waterleliekever heet wetenschappelijk Galerucella nymphaeae. Het is een klein kevertje, 6 tot 8 mm lang met een lang ovale lichaamsvorm en geelbruine beharing. De eitjes zijn kogelvormig en opaalwit met een zwak gerimpeld oppervlak. Ze worden afgezet op plantendelen boven water, in groepjes van 10 tot 15. Tijdens haar leven legt een vrouwtje 40 tot 60 eieren. Ze doet dit niet ineens maar met meerdaagse tussenpozen. De eitjes rijpen, afhankelijk van de zoninstraling, gedurende 5 tot 10 dagen. Rijpe eieren verkleuren vuilgrijs. De cilindervormige larven zijn zwart. De larven vervellen driemaal. Een volwassen larve meet 8 tot 10 mm en heeft drie paar poten. De pop is eerder oranjegeel en vastgehecht aan het bladoppervlak. Na een week is de metamorfose voltooid en kruipt het kevertje eruit. In onze streken zijn er meerdere generaties per jaar. Daardoor kunnen waterleliekevertjes een echte plaag worden.